technisch
Geen oegang
 

Hoogste punt is met de bovenste wiek meegerekend 35 meter en vanaf straatniveau dus inclusief bolwerk z'n 40 meter. Ondanks de grote hoogte heeft de molen veel last van de hoge bomen.


Binnen in de molenromp zijn 6 grenen balklagen die de zolders vormen waarvan de onderste mede voor bewoning worden gebruikt. Diverse balkkoppen zijn tijdens enkele restauraties voorzien van sleutelstukken welke meestal  zichtbaar zijn.


Is de muurdikte op de begane grond ongeveer zo'n 75 cm de diameter ruim 9.5 meter. De romp heeft een zogenaamde conische vorm en heeft geen apart fundament maar een soort voet onder de grond in de vorm van een ronde schulp.


De stelling (omloop) bevindt zich op een hoogte van 8 meter vanaf de voet van de molen en bestaat uit 12 z.g. velden met een uitspanning van 3,5 meter. De diameter van de romp is op deze hoogte ruim 7 meter. Aan de buitenkant is een koperen regengoot in de stelling geïntegreerd. In de kapzolder is de muurdikte nog maar 30 cm en de diameter bedraagt daar nog een kleine 5 meter.


De kap draait op een z.g. Engels kruiwerk (rolvloer) en is in 1976 aangebracht. Het wiekenkruis, welke in 1994 is vervangen bestaat uit 2 ijzeren roeden die een vlucht hebben van 26 meter en voorzien zijn z.g. Fauel fokwieken met remkleppen.


De wiekenas is een product van de ijzergieterij "De Prins van Oranje" te 's-Gravenhage met het nummer 493 en geplaatst in 1867. Het bovenwiel telt 71 kammen (tanden) en is voorzien van een z.g. Vlaamse vang (rem van de molen). De Bonkelaar telt 35 kammen en is vervangen in 1994.


De koningsspil is een oude scheepsmast en nog ouder dan de molen zelf. Ook de ronde vorm van deze spil maakt het alleen maar unieker. Het spoorwiel telt 109 kammen en de steenschijflopen tellen 31 staven. De overbrengingsverhouding komt daarmee op 1:7,1.


De luizolder kent een modern luiwerk bestaande uit een elektromotor met een aandrijving via een slippend riem systeem waarmee de zakken langzaam en/of snel opgehaald konden worden, stil konden hangen en zelfs mee konden laten zakken. Het originele luiwerk had maar 1 snelheid; die van de molen en kon slechts ophalen of in een vrije stand werken (om het touw weer naar beneden te trekken voor de volgende zak). De werking hiervan is nog goed te zien op de film “stoere werkers”. Zie onze site pagina Film 1932.


Op de maalzolder bevinden zich 2 koppels 17der kunststenen welke op de wind kunnen worden aangedreven en een koppel 16der kunststenen, eventueel elektrisch aan te drijven evenals de haverpletter. De stenen wegen gemiddeld zo'n 1000 kg per stuk. Op de steenzolder ligt dus meer dan 6000 kg aan molenstenen.


Op de stellingzolder staat nog een oude schoningsmachine waarin vroeger het graan geschoond werd middels elektrisch aangedreven schud zeven en schoon geblazen met een ventilator. Ook staat er nog een oude elektromotor uit de jaren '30 waarmee een koppel stenen kon worden aangedreven.


Op de opslagzolder hangt een ijzeren silo waarin zich een vijzel bevindt die zowel op de wind als met een elektromotor aangedreven kon worden om mengvoeders te maken. De capaciteit ongeveer 600 kilo. Ook ziet men hier een houten opslag silo met een capaciteit van meer dan 1000 kilo.

hoogstandjes