* Begin


Volgens kroniekschrijver C. van de Woude werd 1517 bij plundering van de stad door de Geldersche-Friezen, het stadhuis en bij hun vertrek, de huizen op het Ritsevoort en een daar staande meelmolen, verwoest.



* 1517-1518 Oprichting van een meelmolen (zuid van de poort) en het stedelijk molenaarsgilde.



Plattegrond Alkmaar met de bolwerken.



* 1597 Op een kaart van "Drebbel" staat geen molen aangegeven.


* 1604 Verzoek tot het "bollen" van de bomen of anders het verplaatsen van de molen naar het bolwerk. Het verzoek wordt geweigerd, echter aan de burgemeesters wordt overgelaten de lijndraaiers te bewegen tot het bollen van de bomen.


* 1605 Wederom een verzoek tot het bollen van de bomen of verplaatsing op een kelder van het bolwerk; tevens het verzoek om meer vracht op de wagens te mogen laden dan de "keur" toeliet. Verplaatsing toegestaan en zelfs "2-2,5 treden" zuidoostelijker dan de kelder; de overwelving moest op eigen kosten.


* 1609 Een verzoek om een nieuwe molen te mogen bouwen door de heren Pieter Ollebrandsz en Aeriaen Courentsz.


* 1610 Verzoek geweigerd, maar op belendend terrein na inspectie van Burgemeesters en Fabriekmeesters, toegestaan. Tevens werd een "verbandbrief" voor "de gerechtigheid der wind voor een steartmolen op het Clarissenblokhuis" verkregen.


* 1612 Pieter Ollebrandsz brengt een derde paar maalstenen aan wat in strijd is met de "keur" (het zoveelste conflict met het Gilde).


* 1629 De molen is waarschijnlijk verkocht aan gemeentelijke molenaars, met recht tot afbraak en om nog een meelmolen binnen de stads jurisdictie te stellen.



Houten standerdmolen met stadspoort.



* 1630 De Kennemerpoort wordt gebouwd welke in 1867 weer wordt afgebroken.


* 1649 Op de kaart van "Blaeu" staat een houten standerdmolen aangegeven.


* 1769 Eerste steenlegging door het zoontje van molenaar Dunnebier voor de bouw van een "grootte" stenen korenmolen (in plaats van 3 houten standaardmolens). Er worden bij de bouw gebruikte materialen verwerkt w.o. de koningsspil welke een afgebroken mast is geweest van een van de schepen van Michiel de Ruyter en oude houten roede, als draagbalken voor de zolders. De molenmaker was C. Bobeldijk.


* 1800-1850 In deze tijd zijn er verschillende eigenaren die de molen bemalen.



Molen de Groot op het bolwerk.



* 1867 De houten wiekenas wordt vervangen door een ijzeren, welke afkomstig is uit de gieterij "de Prins van Oranje" met het gietnummer 493.


  1. *1874 De molen is in het bezit van molenaar S. de Groot en deze verzoekt de Raad, het plantsoen om de molen in erfpacht te geven. Dit wordt geweigerd. Het plantsoen mocht niet gebruikt worden om er schapen te laten grazen en boomstammen neer te leggen, ook een mesthoop zonder schutting was uit den boze. De molenaar was hiervoor al twee keer veroordeeld tot een boete van fl 1,- en later fl 2,-



Cornelis Piet (1857 - 1925).



* 1884 Korenmolen "de Groot" wordt aangekocht door dhr. C. Piet welke afkomstig is uit Aalsmeer en korenmolenaar was te Sloten.


* 1900-1910 Met de komst van de auto is een wintervoorraad niet meer zo'n noodzaak, en kan er een woongedeelte in de molen worden gemaakt. Een zolder wordt vertimmerd tot woongedeelte. (De molenaar was gezegend met 14 nakomelingen).


* 1911 De eerste mechanische aandrijving wordt aangebracht om ook bij windstil weer te kunnen malen (gasturbine).


* 1910 -1915 Omdat de aanvoer steeds minder met paard en wagen geschiedt, verdwijnt het aanvoerpad en de ingang aan de voorkant van de molen definitief (paard en wagen konden niet achteruit rijden en moesten daarom door de molen rijden).


* 1918 Daar een restauratie voor de molenaar te duur uitvalt, wordt de molen wordt verkocht aan de gemeente. Levering vindt niet plaats omdat de gemeente daar op dat moment geen belangstelling en geld voor heeft. Wel stelt de gemeente jaarlijks een vergoeding beschikbaar voor het onderhoud.



Cornelis met zijn zoons en eerste vrachtwagen.



* 1925 Dhr. C. Piet overlijdt, zijn weduwe drijft samen met enkele zoons de zaak tot zij in 1936 overlijdt.


* 1932 Wordt de eerste elektromotor geïnstalleerd waar en koppel stenen, een koekenbreker en later ook een graanpletmachine mee aangedreven kunnen worden als er geen wind is.


* 1938 De boedelverdeling van wijlen C. Piet wordt gerealiseerd. De veevoederhandel wordt een firma van de zoons M en G Piet. De molen wordt aan de dochters L, J en A Piet toegedeeld, dit laatste had nooit mogen gebeuren i.v.m. het eigendomsrecht van de gemeente).



De tweede "oorlogs" vrachtwagen.



* 1940 -1945 Wordt er ook weer voor particulieren tarwe gemalen en er wordt onderdak geboden aan vele onderduikers (w.o. een Duitse violist de opvallendste is geweest). Verder was er in de molen zend-en ontvangst apparatuur geïnstalleerd.



Meindert en Gerrit Piet in betere tijden.



* 1949 Dhr. M. Piet overlijdt en dhr. G. Piet gaat verder met zijn zoon C. Piet (moest uit Indië terug komen) in de Firma.


* 1953 Ontstaat er grote stormschade tijdens de stormvloed (dijkdoorbraken in Zeeland) in februari dat jaar. De losgeslagen wieken worden met dappere hulp van het brandweerkorps "burgerplicht" gestopt door een zware balk tussen het bovenwiel te steken. Daarna wordt een nieuw (fok)wieksysteem aangebracht (Fauel).



Stormschade en herstel van de kap.



* 1957 De bedrijfsactiviteiten worden: veevoeder maal-en mengerij.


* 1964 Overlijdt dhr. G. Piet. zijn zoon C. Piet gaat verder.


* 1965-1968 De dames Piet willen de molen overdoen aan C. Piet. Dit blijkt dan niet te kunnen en de gemeente eist alsnog het eigendomsrecht op omdat ze de molen nu wel in bezit willen hebben nu zij eigenaresse blijkt te zijn van een bekend Alkmaars monument.


* 1969 Het 200-jarig bestaan van de molen, waarbij de familie Piet de molen voor het eerst in "floodlight" zet. Later neemt de gemeente het idee over en laat een permanente verlichting aanbrengen op de molen. Deze wordt later weer vervangen door schijnwerpers om de molen.


200 Jarig bestaan van de molen in 1969 met eerste verlichting.


  1. *1970-1973 Door gebrekkig onderhoud i.v.m. de nieuw ontstane, onduidelijke situatie, verkeert de molen in een steeds slechtere staat en wordt de productie noodgedwongen elektrisch voortgezet, voorzover dat gaat in een monument.


In deze periode wordt ook dhr. C. Piet ziek en overlijdt in 1973. Ook de mogelijkheid van bezichtiging voor toeristen stopt op dat moment (te gevaarlijk).


Cornelis sr. en jr. met de laatste vrachtwagen


* 1973-1975 Vanaf deze tijd probeert mevrouw Piet-Beelen met kinderen en vrienden, de zaken zoveel mogelijk voort te zetten om de molen levend te houden als monument. Omdat de restauratie (plannen) niet erg voorspoedig verlopen en de molen al jaren stilstaat, worden de bedrijfsactiviteiten verlegd naar: kleinhandel in diervoeders. Hiervoor wordt een winkeltje onder in de molen gevestigd voor de particuliere verkoop.


* 1976 Er wordt langzaam met de restauratie begonnen, maar het duurt nog jaren duren voor de wieken weer kunnen draaien, laat staan dat de molen weer werkt op windkracht. Om de continuïteit van de winkel en de productie in de molen veilig te stellen, wordt de gemeente gewezen op de slechte bereikbaarheid die steeds slechter wordt. Helaas vergeefs.


* 1977 -1981 Er wordt af en toe gerestaureerd. De bereikbaarheid wordt steeds slechter, de gemeente slaat geen acht op deze ontwikkelingen of belooft, maar komt niet na.

 
oprichting molenaars gilde
de eerste vrachtwagen een heuse
t - ford
Historie
eerste molenaar Dunnebier
tot 1982